Er waren eens twee prinsen.

(niet van nu, maar van 12 oktober 2009)

Dingen die ik liever zou doen dan hier in de regen staan te wachten op een late bus. Slapen. Binnen zijn. Thee drinken met jou. Warme thee, ach we nemen nog een kop. Geld hadden we niet genoeg. Je vertelde dat je oma je heeft leren walsen. Dat je de wals nog kan. Ik geloofde je meteen, maar bewijs daarvan ben je me nog schuldig. Ik kan niet dansen.

Een van de eerste, en een van de enige, koosnaampjes helemaal in het begin was Prins. Ik deed je aan een prins denken. Meteen zei ik al dat ik geen prins was. Een prins is knap. Een prins is charismatisch. Een prins is charmant. Een prins kan de wals. Ik kan niet dansen, nog steeds niet. En hoe zeer ik mezelf ook kleinpraatte, hoe erg ik mezelf wegcijferde en onbelangrijk maakte, je zei gewoon dat je dat allemaal al ingecalculeerd had en dat ik nog steeds en precies daarom een prins was. Ik kon niet anders dan het accepteren. Stiekem, en dit heb ik je niet verteld, is dat het mooiste compliment dat iemand me ooit gegeven heeft.

En nu? De regen houdt niet op. De bus komt niet. En naar jou kan ik niet toe. De belofte die je deed dat ik me altijd tot je kon keren, dat je altijd voor me klaar zou staan, die staat nog. Ik kan er alleen niet meer op ingaan. Want hoeveel troost kan je nog geven als precies dezelfde jij de oorzaak bent van de regen. 

Er is een reden dat er geen sprookjes beginnen met x93Er waren eens twee prinsenx85.x94 
Er is een reden dat sprookjes met twee prinsen niet eindigen met x93x85 en ze leefden nog lang en gelukkig.x94


Hoogachtend,

Erik

26 September 2010
By on 10:17
Terugwegen.

Zo fiets je door een stad die je nauwelijks kent. Een slagin je voorwiel waardoor je stuur telkens een trilling maakt. Je ontwijkt deautox92s en probeert zo goed mogelijk binnen de lijntjes en door de goedekleurtjes te fietsen, maar iedereen weet, in haast of afleiding is het minderbelangrijk. Muziek klinkt in je oren en je spoelt de nummers door die niet bijje humeur passen. De zon schijnt. Nu nog wel. Hoe dichter je het centrumnadert, hoe meer fietsers je moet ontwijken, hoe groter het geluid van alleswat je niet bent. Soms is het fijn van alles te horen, soms is het beter omniets te horen. Vandaag is het nog onbesloten.

Je gaat naar college wat je wel hebt voorbereid maar waar jetoch het gevoel hebt niet genoeg gedaan te hebben. Andere mensen zijn zogemotiveerd en op orde. Je vraagt je af wanneer je iets tegenkomt wat je echtgoed kan en wat je vol kan houden. Tot nu toe zijn alle pogingen gefaald, denkje.

College voorbij en je maakt je fiets los van het hek naastde gracht om weer naar huis te fietsen. De zon schijnt nog steeds. De muziekspeelt ook eindeloos voort in je oren en op de terugweg is er steeds minderstadsgeluid dat je gehoor vertroebelt en zich binnen wil dringen in de wereldbinnen je eigen schedel. Je rijdt ergens wanneer de weg opeens naar koffieruikt en je er heel even aan proeft en gelukkig bent. Een windvlaag later en degeur is weg en daarmee ook het gevoel.

Je komt thuis en er is niemand, maar dat is misschien nieterg. Je vult de kamer met je eigen gedachten en laat ze elke hoek kleuren.Bijna vergeet je een afspraak die je had, maar je haalt het nog dus je springtweer op de fiets op weg naar het treinstation. De zon schijnt niet meer, grotewolken hangen boven je en onheilspellend als ze zijn is de temperatuur nogaangenaam.

De trein zit te vol want het is die tijd dat heel de wereldbesluit naar huis of naar vergeten afspraken te moeten. Je zit op eenklapstoeltje dat er voor zorgt dat je zijwaarts voortgetrokken wordt door detrein. Een jong kind schreeuwt, een moeder sust, een echtpaar houdt handenvast, een jong stelletje kust en je probeert alle levens die je niet hebt ookniet te zien. Dat mislukt.

De afspraak verloopt vermakelijk. Je eet en speelt en wint.Je bent verbaasd over de stomme feitjes die je weet en de makkelijke feitjesdie je vergeten bent, maar het mag de pret niet drukken. De terugweg mag datwel. 

Je pakt je telefoon en en leest wat berichten. Je leestslecht nieuws over iemand die je eigenlijk niet kent. Een sterfgeval van iemanddie je nog minder kent dan de persoon die je eigenlijk niet kent maar op een ofandere manier doet het enorm veel met je en is de terugweg niet een rustgevendereis, maar een die vol zit met gedachtes over het leven en de dood.

Op het station zoek je je fiets weer op, maakt deze los vande stalling en vervolgt de weg naar huis. De zon schijnt niet meer, want het isnacht en ook de sterren zijn gedoofd door de natte wolken. Diezelfde wolkenbesluiten te vallen en binnen een enkele minuut ben je doorweekt en ijskoud. Jegedachten volgen de duisterste paden en de autox92s naast je op de weg kiezenprecies de juiste tijd en plek uit om je ook nog eens van de zijkant nat tesproeien. Met elke omwenteling die je voeten maken met de trappers lijkt denacht zich steeds meer tegen je te keren.

Moe, steenkoud en volledig gedemoraliseerd kom je thuis aanwaar iedereen al slaapt. Het liefst zou je iemand vinden om een knuffel van tekrijgen, iemand die even thee voor je zet, maar er is niemand die dat voor jedoet en zelf is het te veel moeite. Je pelt de kleding van je ijshuid af enhangt ze te drogen, wat waarschijnlijk dagen in beslag zal nemen. Het bed isniet zo uitnodigend als dat je gewild zou hebben en de deken is niet warmgenoeg om je kille hart op te warmen. Nog steeds is de nacht tegen je gekeerden houdt ze je uren wakker tot je uiteindelijk uitgeput in een rusteloze slaapvalt.

De ochtend is nog van de nacht, maar je staat op en spoeltde duisternis van je af onder een douche die er ook geen zin in heeft. Je maaktwat ontbijt om een andere leegte op te vullen en zet eindelijk de thee die jejezelf beloofd had. Je pakt een pen en begint te schrijven over de dag diegisteren geworden is en doorloopt in vandaag. Je belooft jezelf dat je pas eenslok van de sterrenmuntthee mag nemen wanneer je de laatste punt zet, maar daarhoud je je niet aan want je neemt alvast een slok om van de warmte te genietenen terwijl je wacht op de zoete anijssmaak die altijd pas enkele secondes laterwaar te nemen is merk je dat je schrijfsel de tijd heeft ingehaald. Punt.

Hoogachtend, 

Erik

16 September 2010
By on 08:48
De nacht kleurde alles zwart.

03-08-2010
Ik observeer meer dan dat ik participeer. Wanneer je altijd vanaf de zijlijn naar de wereld gekeken hebt is het moeilijk om dan deel te nemen aan. Je weet niet bij welke groep je hoort, wanneer te zwijgen en wanneer te spreken.
Ik heb nooit geleerd echt deel te nemen en ergens echt voor te gaan.
Op de zijlijn gebeurt niets. Met mij gebeurt niets. 

Laat me slapen. Ik sluit mijn ogen maar en hoop dat morgen alles beter is. Misschien is morgen wel de 'over een paar jaar' die me beloofd werd. Misschien is morgen wel van mij.
Maar eerst, stilte.

04-08-2010
Zelfs in een groep vol misfits kan een mens zich buitengesloten voelen. Een schizofreen is nooit alleen. Duidelijk dat ik geen schizofreen ben, wat dan wel? Geen idee. Geen groep waar ik volledig bij pas. Het wordt soms pijnlijk duidelijk en de dag is pas net begonnen.

Misschien is mijn plek wel op de tweede plank in het rariteitenkabinet. Achterin weggeschoven. Dat men pas bij het verhuizen ontdekt van 'he, nooit geweten dat het er was' om vervolgens in de doos met afval te verdwijnen. Opgeruimd staat netjes.

Ik zal niet vergeten worden, daarvoor moet je hebben bestaan.

05-08-2010
Vanochtend kraakte mijn gezicht van de tranen waarmee ik gisteren in slaap gevallen ben, maar het is nu een nieuwe dag dus ik spoel de zoute sporen weg.

Ik ben een hommel in een wespenwereld. 

06-08-2010
Iedereen heeft recht op liefde en ieder die het verdient krijgt het van mij.

07-08-2010
Hoe kan het dat als ik me het gelukkigst te voelen mijn binnenste tegen me fluistert en alles wat wit is zwart kleurt?
Te moe om dingen te ontkennen.
Alleen.

Ik zou lieven ook kroelen en knuffelen, maar de mensen met wie ik dat wil zijn niet zoals ik en willen niet zoals ik.
Aanrakingen. Ik mis ze en voel me in gezelschap alleen maar alleen.

08-08-2010
A song for someone who needs somewhere to long for. Homesick, 'cause I no longer know what home is.


09-08-2010
Er zijn verschillende vormen van liefde en het is gek dat ik me schuldig voel omdat ik de ene vorm mis, terwijl ik de andere vorm wel ontvang.

Vandaag is rustig. Veel mensen weg en stilte om me heen.

10-08-2010
-

11-08-2010
Tien dagen met ruim twintig mensen in een huis en je ziet aan het eind dat de maskers afvallen en men niet lager iemand kan zijn die hij zo graag altijd zou willen zijn.

Ik wil niet vergeten worden.

Het liefst zou ik gewoon beginnen met lopen met mijn ogen dicht en niet meer stoppen. Mijn voeten zouden vrijspel krijgen en me waar ze zouden willen heenleiden. Zonder zelf een idee te hebben waarheen te gaan. Een geheim kan het allerbeste door geen enkel persoon bewaard worden. Pas als niemand iets weet zal er niet naar gezocht worden. Niemand zal me vinden, zelfs mijn hart niet. Misschien ben ik dan pas thuis, wanneer ik ontdaan ben van alles wat me verbindt aan het leven dat ik heb. Ik wil niet ondankbaar klinken, maar doe het toch. Waar ik dankbaar voor ben weegt niet op tegen de rest. Dons versus lood. (Leven versus dood).

Voor een homo die niet valt op de zichtbare homo's is iemand leuk vinden vaker een vloek dan een zegen. De kans dat iemand namelijk bij voorbaat al niet voor jou (terug)valt is namelijk 80 tot 90%. En zelfs al red je het met die kansen, dan moet je hem daarna nog zien te winnen.

Zat er op gevoel maar een stopknop of in ieder geval een functie dat je het aan of uit kan zetten. Ik zou het bij mij constant uit hebben staan. Waarom willen voelen als het meeste van wat je voelt pijn doet of pijn is? Een retorische vraag hoeft geen reactie te krijgen. Mijn liefde is onbedoeld retorisch en krijgt daarom ook geen antwoord.


Hoogachtend,

Erik.

13 August 2010
By on 09:57
Collage.

De muren zijn iets minder wit dan dat ze waren. De kamer die eerst van een ander (en een ander en een ander en een ander) was wordt langzaamaan steeds meer mxedjn plek, met mxedjn spullen en mijn gevoel. Ik heb altijd interesse gehad in fotografie, het vastleggen van niet zozeer de waarheid, maar de mooiheid. De schoonheid in dingen die alleen ik op dat moment zie. De beelden die ik overal zou willen zien, de blikken die ik zag en wil onthouden. Mijn fantasiexebn, morbide en macaber als ze kunnen zijn. Contrast en scherpte, maar ook de onschertpe en de structuren van de dingen waar een ander misschien nooit aan zou denken of naar zou kijken. Een reis door mijn hoofd en door mijn leven. Mijn trots, mijn hart en dat alles in momentjes even.


P1110262


Hoogachtend,

Erik

27 July 2010
By on 12:02
Buiten waaien de bomen en schreeuwende kinderen.

Wat dit weekeinde verhuisd is en toen nog vooral meubels van een ander waren, van de winkel of van iemand, zijn vandaag mijn spullen geworden. De trein bracht mij en wat laatste dingen naar mijn nieuwe eigen plek. Nee, het is niet mijn nieuwe eigen plek, het is mijn eigen plek. Er was geen oude. En het is niet veel, slechts een paar vierkante meters, maar het is van mij.
De ramen staan wagenwijd open en ik hoop voornamelijk het verkeer langsrazen. Ik vraag me af hoe lang het zal duren voordat ik die geluiden zo gewoon vind dat ik ze nauwelijks hoor. Soms schreeuwt er een kind, zoals alleen een kind dat nog onschuldig kan en dan glimlach ik. Uit mijn raam zie ik het dak van de rij huizen tegenover me, maar daartussen waaien de bomen en hun bladeren ritselen in de vandaag vrij koele wind. Ongetwijfeld vol met insecten die vannacht mijn plek tot hun plek zullen maken, maar ik kan er niet mee zitten.

I
n de tas die de trein voor me droeg zitten wat kleren voor de komende dagen, essentieel en niet iets wat mij mij maakt, maar ik stopte er ook mijn boeken in en die ga ik zometeen op mijn gemak uitstallen op de plankenkasten. Waarschijnlijk vullen ze minder dan dat ik gedacht zou hebben, maar een boekencollectie is niet voor niks van papier, wat eerst hout was. Het groeit langzaam verder tot je op een gegeven moment wakker wordt en je realiseert dat wat begon als een sprietje onkruid wat je bijna uitgetrokken hebt, nu is uitgegroeid tot een boom vol blaadjes en bij mij dus bladzijdes.

Ik vergat mijn fototoestel dus ik kan geen bewijs leveren dat dit geen leugen is. Het maakt mij niet uit, ik weet waar ik zit, op de nieuwe bureaustoel in mijn nieuwe plek. Hoe lang duurt het voordat het nieuwe vervalt? Hij is al doorzichtig aan het worden.


Hoogachtend,
Erik

5 July 2010
By on 12:21
Te laat geboren.

Vandaag toonde het televisiescherm sneeuw. Ik was er door geirriteerd, maar later vond ik het fijn om niets te hoeven zien. Ik zou willen dat mijn ogen ook sneeuw zagen. Dikke vlokken die al het andere zicht verschuilen. Die koud op mijn wimpers blijven liggen en ze langzaam naar beneden drukken en dat ze me zouden laten slapen op de plek waar ik sta.

Je vroeg niet naar me. Je praatte tegen me, over iemand anders, over twijfels, over twijfels over iemand anders. Je vroeg niet een keer hoe het met mij was. Je zei niet een keer mijn naam. Niet eens. Als niemand nog naar mij kijkt, besta ik dan nog wel? 

(Je had me nooit aan mogen spreken, had ik geweten dat het een oude wond open zou rijten)

Ik luister bijna geen muziek meer. Mooie dingen kan ik bijna niet meer verdragen, alles is als een roos. Mooi, maar de doorn steekt door mijn te dunne huid. Ik begin mezelf te verachten, omdat ik niet blij kan zijn. Niet voor mezelf en niet eens voor een ander. Ik word tegengehouden door mezelf, en mijn obsessie met mezelf en het meten aan anderen. Ik begin te veel zinnen met het woord "ik" en als er dan nog iets positiefs gezegd werd, maar dat is niet eens het geval.

De tijd gaat maar voorbij en ik word gedwongen meegenomen zonder dat ik het wel. Ik sta met een voet stil en daarom snelt alles aan me voorbij. Het leven, vluchtig als water, sijpelt langzaam weg door mijn handen. Ik heb nooit geleerd om een goed kommetje te maken zodat ik het vast kan houden. Ik knijp te hard of sluit het niet genoeg af aan de onderkant. Altijd druppelt het weg en laat me alleen met koude en vochtige handen achter.

Is het te laat om nog bij te slapen? Is het te laat om nog te gaan leven, om niet alleen het water vast te kunnen houden, maar er ook in te duiken? Ben ik te laat geboren?


Hoogachtend,

Erik

15 June 2010
By on 08:10
Geen engel.

x93Waarom heb je het gedaan?x94

x93Omdat ik je niet kon laten liggen. Omdat ik een halfdood vogeltje of de nek omdraai, of probeer te redden.x94

x93En je kreeg mijn nek niet omgedraaid?x94 zei ik met een flauwe glimlach.

Het bleef stil. Hij deed net of hij druk bezig was met een of ander tijdschrift, en ik alsof ik x91m niet wilde storen. Net op het moment dat ik een willekeurige opmerking wilde maken, alleen maar om de koude stilte te doorbreken, reageerde hij toch.

x93Ik weet hoe het is om achtergelaten te worden. Hoe het is om de kleine wereld om je heen, dat hele kleine stukje waarin je je veilig voelt, te zien verkruimelen met elke vuistslag. Met elk woord.x94

x93Wie raapte jou op?x94

x93Niemand.x94 Hij klonk verbitterd. x93Toen was er niemand. Ik heb daar al die tijd nog gelegen. De rest van mijn leven lag ik daar. Tot ik jou opraapte. Jou en mij.x94

Ik keek hem aan. Hij zat daar op de bank, benen opgetrokken tot zijn kin op zijn kniexebn rustte. Zijn ogen waren neergeslagen. En juist door nergens naar te kijken kreeg ik het gevoel dat hij alles zag. Al het verleden. Heel even leek het alsof hij nog wat ging zeggen, maar hij bleef stil. Zijn mond weer gesloten en net als zijn gedachten.

Weer zox92n voelbare stilte. Ik kon het niet verdragen en doorbrak de stilzwijgende lucht die tussen ons in als bevroren hing.

x93Je bent mijn reddende engel, weet je dat? Het klinkt als een clichxe9, maar clichxe9s zijn er niet voor niets. Je bent echt mijn reddende engelx94

Hij moest lachen en keek me aan. Nog altijd spraken zijn ogen over een gekneusd verleden.

x93Ik ben geen engel. Echt niet.x94

Hoogachtend,

Erik

14 June 2010
By on 23:37
Memoria.

Mijn herinneringen zet ik in een huis. Om te bewaren en nooit te vergeten. Om er naar terug te kijken en misschien wel even vast te houden of om er juist voorbij te lopen. Er zit geen slot op, maar niemand mag er binnen zonder mijn toestemming.

In de hal hangen mijn oude jassen, een rode van toen ik vier was en door de Efteling liep. Dezelfde jas waarin ik tegen een militair “hoi” durfde te zeggen, in tegenstelling tot mijn zussen. De jas waarin een man me “aapke” noemde en ik hem “gorilla” noemde. Aan de kapstok hangt de herinnering aan mijn dapperste tijd. De tijd van de rode jas.

Open de deur en ga op de bank zitten. De televisie daar speelt een stukje af, steeds opnieuw. Een schoolbord waarop een stagiaire de pasgeleerde letters aan elkaar schreef en ik ze toch kon lezen (dat vond ik toen heel wat). En de eerste keer dat ik loog tegen een lerares. Je mocht maar xe9xe9n boekje per dag, ik las er meer. Het scherm laat zien dat ik niet met mijn vinger langs de woorden schoof of met een liniaaltje bijhield op welke regel ik was. Fietsen zonder handen kon ik niet, lezen daarentegen, wel.
Kort flitst het scherm naar groep 4 en ik leer de tafels. Wanneer de juffrouw me vraagt wat 9×9 is scheeuwt iemand naast me het goede antwoord en lacht me uit. Daar pauzeert het beeld.

De keukentafel dek ik met het goede gebroken servies. Elk bord met een ander woord erop. “Lui”, “dik”, “lelijk”, en meer. Ik breek de borden in de hoop dat de herinnering ook breekt. Helaas. De stoelen zijn leeg rondom. Die worden later gevuld met de herinnering aan het handjevol mensen dat ik waardeer. Om de woorden weg te vagen en te bedekken. Vooralsnog zijn die stoelen leeg.

De keuken ruikt naar mijn moeder en haar baksels. Het ruikt naar haar gezicht waar meel op zit omdat ze (bijna woest) het deeg uitrolt om pizza te maken, haar eigen recept, pizza mascarpone. Mijn zussen zijn daar ook ergens, en vroegere herinneringen daaraan. Hoe ik me toen al alleen voelde. Die herinnering gaat de oven in.

We lopen terug de eetkamer door, langs de huiskamer, de gang door en gaan de trap op, die bezaaid is met boeken, sommige zou ik zelf schrijven maar dat kwam er niet van. Die verhalen liggen daar. Op de trap, wachtend tot iemand ze meeneemt, en ik zal het zelf wel zijn. Ooit.

Bovenaan de trap zijn er drie slaapkamers. In de linker stop ik vrienden van toen. Hoe ik zes jaar lang plezier had en me er bij voelde horen, voor het eerst. Erbij gaat de herinnering aan verraad, en mijn naxefviteit. Ik durfde niet toe te geven dat ze me er niet meer bij wilde hebben, dus gaf ik het excuses. Ze vergaten me vast, ik kon waarschijnlijk toch niet. Die deur gaat dicht. Stiekem draai ik hem op slot, maar door de kier onder de deur hoor ik alles.

De middelste kamer is de herinnering aan de eerste jongen voor wie ik viel. Ik weet niet wat het was, of het verliefdheid mag heten, of interesse of misschien gewoon het realiseren dat ik echt niet anders dan op jongens viel. Ik zie nog zijn krullen en zijn lach, vriendelijk naar iedereen en dus ook naar mij want ik was altijd maar xe9xe9n in de massa. Gitaarspelend. Ik weet het nog en ken zijn naam. Hij de mijne niet, want ik sprak ‘m nooit. Misschien was dat ook wel beter.

De derde slaapkamer is voor de overige liefdes die ik (net niet) gekend heb. Daar gaat ook de hoop in die ik koesterde op een fijner leven en om voltallige acceptatie van mijzelf als persoon. In die derde slaapkamer zit de valse verwachting van meer. De belofte die ik mezelf maakte om me niet te laten kwetsen en juist gekwetst worden omdat die belofte verbroken wordt. Die deur wil ik sluiten, maar laat ik op een kier. We kunnen niemand zo goed kwellen als onszelf, een talent wat iedereen heeft.

Ik hoor dat ondertussen de vrienden van nu binnen zijn gekomen en plaatsnemen in de huiskamer en aan de eettafel. Ze brengen zoetigheid en broodjes mee. Zout, en spellen en alles waar ik me fijn bij voel. Ik zoek ze later op, want dat is de herinneing die ik wil blijven beleven. Maar eerst nog dit.

Er is nog een trap. Een smalle, slechtverlichte, versleten trap. Deze leidt naar de zolder. Je kan er niet rechtop staan. Je kan er nauwelijks iets zien, behalve de vage schimmen en schaduwen van de spullen die er staan. Een oude fiets, schoolwerkjes, tekeningen, schrijfsels (veel schrijfsels).

En hier zet ik de herinnering aan mijn hart. Tussen de andere rommel.

Hoogachtend,
Erik

24 May 2010
By on 20:37
Lettertekens en verhaallijnen

Je hebt je ogen dicht. Die paar uur op een dag dat ze niet geopend zijn, dat de spiegels van de ziel, zoals zovelen het al genoemd hebben, niet glanzen. Niets glinsteren.

In het zwakke licht van de maan die koud maar lieflijk door het raam naar binnen schijnt zie ik je liggen. Naakt. En toch completer dan dat je ooit was.

Ik weet dat je huid overdag rozig is, licht gekleurd en mat. Maar nu ben je grijsblauw. Als as, van binnen nog smeulend. Als een porseleinen pop, maar dan niet glad. Verspreid over je lichaam lopen ze. Je littekens. En alleen wanneer je spiegels gesloten zijn probeer je ze niet langer te verbergen. Alleen dan komen ze tot leven en vertellen ze aan de nacht hun verhaal. Het zijn linten die je lichaam omwikkelen. Linten waarvan jij denkt dat ze je vastbinden, hoewel ze in werkelijkheid je omarmen.

Het zijn geen littekens die je lichaam sieren. Het zijn niet de dichtgegroeide wonden. Het zijn woorden. Letters. Zinnen. Linten van letters en elk lint vertelt een verhaal. Sommige zijn door jou geschreven. Ze vertellen over vroeger. Over je hoofd en over het heelal daarbinnen. Andere lettertekens vertellen hun eigen verhaal. Fluisterend.

Het liefst zou ik mezelf tussen jou en de tekens wringen. Me samen met jou omwikkelen in het verleden dat zo uitgespeld staat op je lichaam. Deel uitmaken en de helft op me nemen zodat we samengebonden zijn. Maar hoe lief je ook wil dat ze van je loskomen, ze zijn van jou en liggen niet zomaar op de huid.

Zelfs de lijnen in je gezicht en je handpalmen zijn geen lijnen maar verhaallijnen. Die daar, boven je wenkbrauw. Wat wil je me vertellen? Maak je je zorgen, zelfs nu? Vertel me je verhaal. Ben je vrolijk of verdrietig. Of misschien wel allebei en kruist je vertelling met een ander.

Met een vingertop ga ik over de lijnen en de spreken tegen me. Stuk voor stuk. De een zegt ‘ik ben gevallen’ de ander ‘ik heb me pijn gedaan.’

Het grootste lint vertelt een duidelijk verhaal keer op keer.
‘Raak me niet aan’.

Maar verhalen kunnen niet bevelen. Ze kunnen me niet dwingen om niet te kussen. En met die kus zwijgen de stemmen.

En verdwijnen de lijnen.

Hoogachtend,
Erik

5 May 2010
By on 21:27
Aan niemand. #3

Ik kan van iemand houden. Meer dan dat ik zelf ben. Zacht fluister ik het tegen mezelf. Ik zou het harder kunnen zeggen, en dan zouden meer mensen me kunnen horen, maar er is niemand die naar me luistert dus spaar ik mijn stem (maar voor wie?)

Ik voer mijn hart stukjes chocolade en herinneringen die ik niet heb. Beide bitter. Je wordt van beide verliefd. Eigenlijk wilde ik zeggen dat ze ook allebei zwaar op de maag liggen, maar het lijkt een goedkoop clichxe9 dus dat zeg ik niet.

Alles wat van binnen zit voel ik vanavond het best. Mijn hoofd speelt een film af en vanuit mijn oren galmt de muziek. Door mijn neus komt de geur van verse regen naar binnen. De natte stoeptegels nodig ik uit om door het open raam mijn kamer in te stappen. Het regent zacht naar binnen. Het is deze geur die ik zou willen delen, en misschien dat iemand het nu ook ruikt. Misschien jij wel. En heel misschien denk je ook aan mij zoals ik aan jou denk. Maar ik weet wel beter. Je denkt niet aan mij, en dat deed je niet. Zelfs als je aan me dacht niet. Hoe kan het ook, ik ben nooit geweest.

Ik leef in de schaduw van anderen. Ik hou van mezelf als anderen van me houden en ik zie het in je ogen. Ze spiegelen mijn ziel, maar je sluit ze als ik er in kijk.

Hoogachtend,
Erik

25 April 2010
By on 20:25